Dioclesian was in zijn tijd zo populair, dat juist die opera uit de kast werd gehaald om bezoekende hoogwaardigheidsbekleders, zoals de Russische tsaar, te amuseren. Zo populair ook dat de opera vierennegentig jaar later opnieuw in Londen te zien was. Die populariteit was vooral te danken aan de toneeleffecten, vooral die in de masque aan het eind van de opera. De masque uit Dioclesian werd ook als losse scène soms ingevoegd bij een andere opera, o.a. in de vroege 18e eeuw ter ere van de Perzische gezant en ter ere van een Afrikaanse prins.

Dioclesian, op muziek van Henry Purcell en tekst van Thomas Betterton, werd voor het eerst opgevoerd in 1690 in het Dorset Garden theater in Londen, in die periode meestal aangeduid als The Queen's Theatre. Thomas Betterton, acteur en manager van de United Company zorgde ook voor de enscenering.

Dankzij anderhalve pagina aan regieaanwijzingen beschikken we over gedetailleerde informatie betreffende de enscenering van de masque, tot en met de kleuren. Op het toneel zien wij een zogenaamde machine, een term waarmee in het baroktheater meestal het voertuig werd aangeduid waarin goden en andere bovennatuurlijke figuren zich presenteerden. Zo'n voertuig kon een wagen zijn, maar ook bijvoorbeeld een wolk en in dit geval bestaat de machine uit vier paleisjes in de wolken, achtereenvolgens dat van Flora, van Pomona, van Bacchus en van de zon.

De regieaanwijzingen geven ook aan dat de zangers zich op het toneel bevinden en alle dansers (met uitzondering van de eerste twee) in de machine. Vooraan de volwassenen, verder naar achteren de tieners en helemaal achteraan de kinderen. Kennelijk was het de bedoeling om op die manier het perspectivische effect nog te versterken. Aan het begin van de masque verschijnt als eerste Cupido, die we van boven hebben laten neerdalen zoals dat past bij een figuur die - net als bijvoorbeeld Mercurius - traditioneel met vleugels wordt afgebeeld. Met steun van een onzichtbaar koor roept hij alle faunen, nimfen, najaden en de goden van bossen en rivieren op om hier te verschijnen. De eersten die gevolg geven aan zijn oproep zijn een bos-god en een volgeling van Bacchus, die ons duidelijk maken dat vandaag de overwinning van de god van de liefde wordt gevierd en direct na hun duet verandert het toneel en verschijnen de vier paleizen, in feite vier trapsgewijs achter elkaar geplaatste mini-toneeltjes.

Tegelijkertijd komt van onder het toneel een vergezicht op een paleis met een mooie tuin tevoorschijn en verder nog sinaasappelboomjes in grote vazen. Die oranjeboompjes maken het duidelijk dat de masque niet alleen een eerbetoon is aan Dioclesian en zijn Drusilla, de hoofdfiguren van de opera, maar over hun hoofd natuurlijk ook aan koning Willem III. Twee jaar later in de finale van The Fairy-Queen zou men ze terug zien en toen werd koningin Mary er ook nadrukkelijk in betrokken: de vazen waren toen van "Chinees porselein", een duidelijke verwijzing naar de collectie van Mary. Naast hulde was er overigens ook kritiek op Willem III die op dat moment in het noorden van Ierland vocht tegen de katholieken. Met name in de proloog, die door Dryden was geschreven en die al na de eerste voorstelling werd verboden.

Dat de oranjeboompjes geen deel uitmaken van de geschilderde voorstelling, maar waarschijnlijk driedimensionaal zijn wordt niet duidelijk uit de regieaanwijzingen voor Dioclesian, maar wel uit die voor The Fairy-Queen, bovendien komen we "zes oranjeboompjes in grote vazen" ook tegen in een theaterinventaris uit die tijd. De schildering van de tuin met het paleis is in onze reconstructie gebaseerd op een schilderij van Robert Robinson genaamd "de Hollandse tuin" met weliswaar zeer on-hollandse heuvels en pijnbomen, maar wel met een fontein en een groot landhuis dat enige verwantschap toont met het centrale gebouw van paleis het Loo (Het Loo zoals we dat nu kennen, was op dat moment in aanbouw). Robert Robinson was bovendien een schilder waarvan we weten dat hij connecties met het theater had.

In het paleis van de zon bevindt zich een troon en uit de regieaanwijzingen wordt niet duidelijk of er iemand op die troon zit. Willem III werd, naar het voorbeeld van Lodewijk XIV, wel met de zon geassocieerd, maar we lezen in de regieaanwijzingen dat op dat bovenste toneeltje twee kinderen een dans uitvoeren. Aangezien de masque eindigt met de woorden “Triumph, victorious Love” leek het meer gepast om één van de kinderen op die troon te zetten.

De animatie betreft alleen de eerste acht minuten van in totaal drie kwartier muziek: van de afdaling van Cupido, tot en met de entree van een “held” en een “heldin”.

stage directions

Regieaanwijzingen in het libretto uit 1690