Reconstructie van de finale van The Fairy-Queen, een scene waarvoor uitvoerige regieaanwijzingen beschikbaar waren (zie afbeelding). Deze opera is een 17e-eeuwse “musical” versie van Een Midzomernachtsdroom, een toneelstuk, ook al met veel muziek, dat Shakespeare schreef ter ere van een adellijk huwelijk. Het hele verhaal gaat over huwelijksproblemen.

The Fairy-Queen, was de derde opera in de rij van jaarlijkse spectakelstukken, na Dioclesian en King Arthur en heeft aan het einde van elke akte -behalve de eerste- een masque. De laatste, tevens afsluiting van de opera, is een huldebetoon aan het koningspaar William & Mary. Zes sinaasappelboompjes, die van onder het toneel oprijzen, verwijzen naar het huis van Oranje. Ze staan in Chinese vazen op voetstukken van Chinees porselein. Die verwijzen naar de beroemde collectie van koningin Mary, bestaande uit Chinees porselein en Delfts aardewerk naar Chinees voorbeeld. Veel van de stukken waren haar geschonken door de VOC toen ze nog in Gelderland woonde. Ter ere van Willem III, en verwijzend naar zijn hobbies, is er verder nog een paleis met een barokke tuin waarin, naar we mogen aannemen, het paleis Het Loo herkend kon worden. Dat kon het Londense publiek bekend zijn uit prenten die in Londen circuleerden. Verder een fontein en exotische dieren, verwijzend naar de verzameling van Willem III. Die verzameling, waaronder ook apen, is o.a. bekend van een schilderij van Melchior d'Hondecoeter. De apendans in deze masque verwijst daarnaar.

Hymen, de god van het huwelijk, verschijnt en beklaagt zich over de weinige huwelijkstrouw die hij om zich heen ziet. Zijn toorts is allang gedoofd, maar na het zien van de oranjeboompjes in de Chinese vazen die inmiddels van onder het toneel zijn verrezen is hij gerustgesteld. Zijn toorts brandt opnieuw en de oranjeboompjes komen naar voren, daarbij waarschijnlijk geholpen door kinderen, verborgen in de voetstukken.

William en Mary worden hier, kort voor de viering van hun vijftienjarig huwelijk, het publiek als lichtend voorbeeld gesteld. Dat naderende feest was ook ongetwijfeld de reden om juist Een Midzomernachtsdroom als uitgangspunt te kiezen voor deze musical.

Waarschijnlijk hadden de meeste figuren -als gebruikelijk- kostuums gebaseerd op Franse hofmode, maar het is aannemelijk dat de Chinezen in deze scène wel degelijk exotische trekjes hadden. In een boek over China dat Betterton in zijn bezit had, wordt een kostuum uit de Noord-Chinese provincie Xansi afgebeeld. Xansi is ook de naam die men heeft gegeven aan één van de Chinese vrouwen die in deze scene optreedt.

De hele masque duurt vijfentwintig minuten en moest hier helaas wat worden bekort. Op het toneel van links naar rechts Oberon, Titania en Robin Goodfellow, (Puck uit Een Midzomernachtsdroom. Hij is een kobold, in de Engelse theatertraditie een ruig behaarde figuur). Verder nog twee van de menselijke figuren uit Shakespeare's verhaal: de hertog Theseus en Egeus, de vader van Hermia. Oberon en Titania zijn wat kleiner dan de anderen, want die rollen werden gespeeld door kinderen, zo blijkt uit bewijsmateriaal dat niet zo lang geleden is gevonden in een familiearchief en dat reden geeft om te veronderstellen dat nog meer feeën door kinderen werden gespeeld. Dat plaatst diverse scenes in een heel nieuw perspectief.

Oberon heeft zojuist Robin opgedragen om te zorgen voor diepe duisternis. Dat moeten we in het baroktheater niet letterlijk opvatten, geen black-out zoals wij dat kennen, maar het toneel kon wel donkerder worden gemaakt. Niet te donker natuurlijk, want het publiek moest kunnen zien hoe het bos verandert in een Chinese tuin. Zo'n changement bij open doek was een deel van de attractie. Intussen wordt op het voortoneel een dans uitgevoerd...

stage directions

Regieaanwijzingen in het libretto uit 1692

Voor een uitvoeriger beschrijving zie “Het hele plaatje:”